Heiligheid, niet saai maar enerverend

Henk Schouten

We kennen de termen wel, schijnheilig, heilig boontje, heilige huisjes. Heel makkelijk worden daarmee  personen of zaken, soms hele bevolkingsgroepen weggezet. De achterliggende gedachte is dat iemand zich braaf voordoet, maar in werkelijkheid helemaal niet zo braaf is. Heiligheid is de norm, onheiligheid de praktijk. Bovendien wordt heiligheid als dor, droog, saai, onpraktisch gezien. Er zit weinig spanning in heiligheid, maar is dat wel zo? Hoe zit het echt met heiligheid?

Alleen wanneer u bereid bent zonde als een belediging van God te beschouwen en u ook bereid bent de persoonlijke verantwoording voor uw zonden op u te nemen en God op alle terreinen van uw leven wilt gehoorzamen, moet u verder lezen. Zo niet, dan kunt u dit artikel overslaan.

Wees heilig, want Ik ben heilig (1 Petrus 1:16)

Dit zinnetje zet ons midden in de werkelijkheid. Heiligheid is de norm. De Here God roept ieder mens op tot een heilig leven. Het maakt niet uit welke nationaliteit je hebt, waar je wieg heeft gestaan, of je arm bent of rijk. Geen enkele sociale status onttrekt ons aan deze opdracht. En daar zit nogal wat aan vast, want “zonder heiliging zal niemand de Here zien” (Hebreeën 12:14). Heiliging is geen optie of keuze mogelijkheid, maar het is een zeer ernstige levensvoorwaarde. Wanneer we dit maar een klein beetje realiseren begrijpen we de nonchalance niet bij veel mensen en zeker niet bij veel christenen.

De oproep tot heiligheid is gebaseerd op Gods eigen heiligheid “want Ik ben heilig!”. God is een onveranderlijk God, dat betekent dat Zijn heiligheid de vaste en zekere norm is. Ze beweegt niet en fluctueert niet met stemmingen of veranderingen. Zij is niet cultureel bepaald of aan een bepaalde tijd gebonden. Dat is heel anders dan in de belevingswereld van veel christenen het geval is. Velen vinden dat ‘iets niet meer van deze tijd is’, waarmee legitimiteit gegeven wordt aan een veranderde opvatting. De Bijbel roept ons echter niet op volgeling van maatschappelijke hypes of cultuurpatronen te zijn, maar roept ons op te handelen zoals God zelf handelt. Ik las ergens: “Heiligheid is niets minder dan gelijkvormigheid aan Gods karakter”.  Wat een hoge norm en prachtig ideaal, maar is dat reëel, haalbaar?

Wat wordt bedoeld met heiligheid?                                    

Heiligheid is zoals we inmiddels weten, één van Gods eigenschappen, misschien wel de belangrijkste. Heiligheid is de perfectie van al het andere. Sommigen denken bij heiligheid aan zwarte kousen, lange rokken, anderen aan niet roken of drinken. Een beetje afhankelijk van waar je bent opgegroeid zijn speciale zaken kenmerkend voor heiligheid. Er lijkt veel wetticisme bij te horen. Veel mag niet, meestal de leuke dingen. Veel moet, meestal de minder leuke dingen. Zo zijn we er in geslaagd heiligheid tot iets vervelends te maken of iets dat onbereikbaar is. Het is niet prettig en de lat licht te hoog, dus….

In de Bijbel worden woorden als heilig, heilige in haar variaties meer dan zeshonderd keer genoemd en goed beschouwd houdt het boek Leviticus zich uitsluitend met deze dingen bezig, daar lezen we ook Gods opdracht “U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig” (Leviticus 11:44, HSV).

Het gaat bij heiligheid om onberispelijk moreel gedrag. Een radicaal gescheiden zijn van de zonde en volkomen toegewijd aan God. Op verschillende manieren geven de apostelen Paulus, Petrus en Johannes ons inzicht in wat heiligheid inhoudt. Zo lezen we van Paulus in 1 Thessalonicenzen 4:3 “want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van ontucht”. We hoeven onszelf niets wijs te maken, we weten dat satan heel wat onreine pijlen op zijn boog heeft die menig christen heeft verwond. Dat komt misschien doordat we aan een andere zaak te weinig aandacht geven, dat is wat Petrus ons schrijft in 1 Petrus 1:14,15 “wordt niet gelijkvormig aan de begeerten die er vroeger in de tijd van uw onwetendheid waren. Maar zoals Hij die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel”. De apostel Johannes  scherpt het nog verder aan met de woorden: “En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden…en wie heilig is laat hij nog meer geheiligd worden” (Openbaring 22:11).

Het wordt een spannende manier van leven, een strijd, zoals Paulus ons dat voorhoudt in Efeze 4:22-24 (HSV) “dat u de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken”.

Samenwerking                                                        

Wie een boerderij heeft of een volkstuin, of gewoon met planten bezig is beseft dat er een samenwerking is om goede vrucht of mooie planten te krijgen. Wij kunnen niet doen wat God moet doen en God zal niet doen wat wij moeten doen. Zo is het ook met de levensheiliging. Zonder Gods genade kan niemand iets van levensheiliging realiseren, maar omgekeerd geldt ook dat niemand een graad van heiliging bereiken kan zonder zichzelf daartoe in te zetten. We hebben dus een verantwoordelijkheid ook hierin. Ons falen en onze mislukkingen zijn gevolg daarvan dat we onze verantwoordelijkheid niet nemen. We kunnen diep nadenken over Gods voorzienigheid, maar waar het feitelijk om gaat is ónze gehoorzaamheid. We moeten gehoorzaamheid leren, juist waar het levensheiliging betreft. Ook hier leren we weer van de apostel wanneer hij in Hebreeën 12:14 schrijft: “Jaagt de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien”. Dat jagen vergt inspanning, het gaat niet vanzelf, je moet je er tot het uiterste toe inzetten. Deze inspanning is ook  niet iets van een moment, maar we moeten ernaar jagen, zolang we leven. De Hebreeën schrijver vermaant ons zelfs “tot bloedens toe weerstand te bieden aan de zonde” (Hebreeën 12:4). Helaas leven we in een op ons vermaak en gemak gerichte samenleving en ook christenen houden zich heel graag in de comfortzone op. Onze diensten zijn dikwijls meer gericht op ons eigen vermaak dan waartoe ze bedoeld zij, de eer van God.

Aanbidding en heiliging                                              

Voor veel mensen is aanbidding een belangrijk moment in de zondagse dienst. Er wordt veel gezongen en refreinen worden soms als eindeloze mantra’s herhaald niet zelden gaan de  armen en de handen ver uitgestrekt omhoog. Mij bekruipt toch wel eens de angstige vraag, waarom doen we dat? De Heere wil aanbeden zijn, dat is zonneklaar, maar hoe of in welke gezindheid wil Hij aanbeden zijn? Jesaja velt een hard oordeel, het zijn woorden van de Here God zelf: “Uw nieuwemaansdagen, uw feestdagen haat Ik met heel Mijn ziel; ze zijn Mij tot last; Ik ben moe om ze te dragen. En wanneer u uw handen uitspreid, verberg Ik mijn ogen voor u” (Jesaja 1:13,14, HSV). Amos 5:23 scherpt het nog verder aan: “Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!”. Beide hoofdstukken laten een klacht van God horen tegen de schijnheiligheid die er bij het volk blijkt te zijn. Natuurlijk wil ik niet alles over één kam scheren, maar ik vind het opmerkelijk dat we in de Bijbel vaak een heel ander soortige aanbidding lezen. Een aanbidding die alles te maken heeft met onze gezindheid en heiligheid.

De vier dieren voor Gods troon hielden nooit op met te zeggen ”Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was en Die is en Die komt!” (Openbaring 4:8, HSV). Ook in Jesaja 6:3 horen we de serafs deze drievoudig aanbidding brengen. Na de ondergang van farao in de zee zong Mozes: “Wie is als U onder de goden, Heere? Wie is als U, verheerlijkt in heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen, U Die wonderen doet? (Exodus 15:11, HSV). De relatie tussen deze vooronderstelde heiligheid en aanbidding ontbrak bij het volk, zoals we lazen in Jesaja en Micha.

Omdat zonder heiliging als levensproces niemand de Here zal zien is het van het allergrootste belang dat we na durven denken over onze persoonlijke levensheiliging.