Coronavirus, straf van God?

Het coronavirus, waarvan de officiële naam Covid-19 is, houdt de wereld steeds meer in onzekerheid en angst gevangen. Wordt het een pandemie? Dat wil zeggen een ziekte die op alle continenten toe zal slaan en vreselijk veel slachtoffers zal eisen?

Wanneer er zoiets groot en ongrijpbaars plaatsvindt treden er allerlei apocalyptische draaiboeken in werking. Soms zijn dat ordinaire complottheorieën, niet zelden wordt daarin de Jood verdacht, of het zijn de grote multinationals die aan de kaak gesteld worden. Anderen verdenken nu juist de Chinezen van boos opzet. Onzekerheid is een prima voedingsbodem voor dit soort vaak bizarre en boze overwegingen.

Vaak wordt ook de Heere God ter verantwoording geroepen. Als Hij God is en liefde, waarom laat Hij dit toe? Een heel andere overweging lezen we in de titel boven dit schrijven: Is dit een straf van God? Ik heb al horen zeggen het Coronavirus dat inderdaad is, omdat de wereld de tien geboden massaal overtreedt. Die overtreding is bepaald niet nieuw, ook al neemt de wetsverachting groteske vormen aan.

Ik heb er altijd moeite mee, dingen als een straf van God te benoemen. Natuurlijk is er een relatie tussen zonde en ziekte, tussen zonde en dood. De eerste hoofdstukken van de Bijbel zijn duidelijk. Maar is dat Gods straf? Het lijkt me eerder gevolg van het menselijk handelen. Wanneer we dingen doen waar de Heere God niet bij kan zijn, trekt Hij zich, ik denk met groot verdriet, bescheiden terug. Hij is licht, licht en duister kunnen nu eenmaal niet samen optrekken. God is ook de oorsprong van het leven, wanneer Hij zich terug moet trekken, verdwijnt vanzelf ook het leven. Niet dat God dat wil, of daar oordelend Zijn wil in legt, verre van dat. Het zondig en duister handelen van de mens dwingt Hem. Hij zou zeker anders willen. Tot het uiterste heeft Hij Zich ingezet voor de mens. We weten het toch, “zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”.

Misschien helpt een voorbeeld. Wanneer iemand ernstig ziek is en zal moeten sterven dan zal hij zeker de medicatie wat herstel zal brengen van de arts aannemen. Wanneer de mens de medicatie van de hemelse geneesheer weigert, dan zal het stervensproces doorgaan. Het hoeft niet, de keus is aan de patiënt. Nee ik geloof niet dat we met oordelen van God hebben te doen, maar met consequenties van ons eigen gedrag.

Oordeelt God dan niet? Zeker wel, de Bijbel benoemt op verschillende plaatsen dat God de wereld zal gaan oordelen. Dat oordeel vindt plaats op de zogenoemde Dag des Heeren. Een nog in de toekomst liggend moment dat zeker komen zal. Daarover schrijf en spreek ik op andere plaatsen.

Toch heeft het Coronavirus ons wel iets te vertellen. Het heeft bijvoorbeeld een plek in de rede over de laatste dingen van Jezus Christus. In Mattheüs 24:7 staat: “er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten”. Let op hier staat niet dat God die besmettelijke ziekten stuurt. De Heere Jezus noemt het als teken van de eindtijd. Een signaal dat we moeten oppakken en ons aangeeft dat de wereld, zoals we die kennen, wellicht spoedig voorbij gaat. Wanneer we dit zo zien, namelijk dat het niet een oordeel van God is maar een ultieme voorzegging. Een profetie ons gegeven om onze weg te veranderen en de weg van Jezus te gaan. Hij is Gods medicatie tot bewaring van het leven. Niemand immers komt tot de Vader dan door Mij, en zoals geschreven, bij de Vader is het leven.

Honger naar het woord van de Heere

‘Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE te horen’

Amos 8:11

Je gelooft niet wat je leest. Amos voorzegt dat er een tijd gaat komen dat er een bijzonder soort van honger zijn zal. Een honger die niet te vergelijken is met honger naar voeding, of dorst naar water. Maar ‘om de woorden van de Heere te horen’

Terwijl ik dit type zit ik achter mij PC en die geeft me toegang tot een veelheid aan Bijbels in onwaarschijnlijk meer talen dan ik kan lezen of verstaan. Bovendien geeft diezelfde PC toegang tot verklaringen en uitleggingen over de hele breedte van het theologische spectrum. De mogelijkheden tot Bijbelstudie zijn onbegrensd.

Amos heeft het echter niet over onze tijd, maar hij voorzegt een situatie die komen gaat en is voor Israël. Natuurlijk heeft ook Israël toegang tot al die Bijbels en hun veelheid van vertalingen. Maar het gaat een stapje dieper. Het hebben van een Bijbel is niet gelijk aan het ‘horen van de woorden van de HEERE’. Dat horen heeft te maken met verstaan en begrijpen. Paulus schrijft veel later dat er over Gods volk een ‘bedekking’ ligt (2Cor3:15). Het werkelijk verstaan en begrijpen van de essentie ontgaat het volk dat ons n.b. de Bijbel gegeven heeft, hoe treurig is dat. Het kan en zal veranderen, namelijk door het aannemen van Jezus Christus. Vandaag zien we dat individuele Joden tot dat geloof komen. Zacharia profeteert dat er een grote bekering komen zal. Maar tot nu toe is daar die geestelijke hongersnood, die met geen ritueel gevuld kan worden.

Die geestelijke nood zou ook wel eens de nood van de niet Joden kunnen worden. Overal worden kerken gesloten, Godshuizen worden pretparken of aanleunwoningen, maar zijn niet meer de plek van uitleg van Gods Woord. We zijn op weg naar een Godloze wereld. Religie is er genoeg, uiteraard aangepast aan de behoefte van de mens, maar de woorden van de Heere zijn schaars. 

Moge de Heere ons nu die honger geven, nu we nog gevoed kunnen worden met het waarachtige Woord van God.

Alverzoening

Wat is universalisme?

Universalisme, of ‘alverzoening’ zoals het ook wel bekend staat, gaat uit van de veronderstelling dat (uiteindelijk) alle mensen gered zullen worden. Dit staat tegenover de gedachte van het particularisme dat stelt dat alleen zij die de juiste weg van geloof gaan verlost zullen worden.

Het universalisme komen we binnen het christendom voor het eerst tegen bij Origenes (185-254), een van de kerkvaders. Bij hem zien we de eerste gedachten rondom dit onderwerp geformuleerd worden, hoewel er geen sprake is van een uitgewerkte theologie in zijn denken op dit punt. Dat komt later als een en ander in de eeuwen daarna door anderen verder wordt vormgegeven. Op het vijfde concilie van Constantinopel in 553 wordt het universalisme uiteindelijk veroordeeld als een ketterij; een afwijking van de orthodoxe geloofswaarheden van de Bijbel en het christelijke geloof.

Toch is het universalisme nooit helemaal verdwenen. Het is altijd aanwezig geweest, zij het wel voor lange tijd als een kleine minderheidspositie. Na 1800 komt daar langzaamaan verandering in en zeker in de postmoderne tijd is het een thema in filosofie, godsdienstwetenschappen, alsmede theologie. Ook sommige kerkrichtingen en denominaties zijn in meer of mindere mate beïnvloed door universalistische theologie.

Universalisme kent vele uitingsvormen. Een niet per se christelijke variant is de gedachte dat er vele wegen naar Rome zouden leiden op het godsdienstige erf: eender welke religie ook, allen komen (mits oprecht gevolgd) uit bij de ene God of Godheid. Het christendom is slechts een variant in een breed spectrum. Al ben je moslim, Hindoestaans of Joods, het maakt geen wezenlijk verschil voor je uiteindelijke bestemming.

Een andere, meer exclusief christelijke variant van ditzelfde denken, is de gedachte dat mensen in dit leven, maar ook daarna, steeds weer kansen krijgen om tot God te komen in Christus. Uiteindelijk zal iedereen zich bekeren. Geen enkele veroordeling is immers voor altijd, zo wordt gesteld. Zo groot is de kracht en werking van de genade van Christus. Aanhangers van deze gedachtengang kunnen zich niet voorstellen dat een rechtvaardige en goede God geen maat zou zetten op de straf die staat op de overtreding en zonde. Deels is deze gedachte gebaseerd op een begrijpelijk hoopvol verlangen: wie zou immers niet willen dat geen van je ongelovige vrienden, familie, buurtgenoten, collega’s, etc. verloren zouden gaan? Het liefst wil iedere christen dat iedereen gered wordt en hoe mooi zou het zijn als dat mogelijk was? Toch is het ook meer dan slechts een hoopvol verlangen. Er zit ook een theologische doordenking achter die beweert dat de Bijbel zelf dit leert.

In dit artikel wil ik een aantal van de argumenten van deze theologische positie voorbij laten komen om deze af te wegen op hun merites. Daarbij zij vooraf gezegd dat ik een particularist ben. Mensen die meer van mij gelezen hebben of preken van mij gehoord hebben, weten dit: ik geloof niet dat alle wegen naar Rome leiden. Zeker niet! Ik geloof dat er maar een weg is tot God en die loopt via zijn Zoon Jezus Christus. Hier in dit leven hebben wij de kans en de mogelijkheid om tot God te komen via hem en hem alleen. Dat is genade, daarin is de verlossing en de verzoening met God te vinden. Na dit leven is dat niet meer mogelijk.

Ik ben dus geen aanhanger van het universalisme, in welke variant dan ook. Wil ik dan niet dat God allen met hem verzoend? Natuurlijk wel, ik schep geen vreugde in de gedachte dat mensen verloren gaan. Het liefst zou ik ook zien dat allen Christus vinden. Maar God is God en hij heeft de weg naar hem via Christus gebaand. Dat is zo bepaald. God heeft ons de vrijheid gegeven om daarin te kiezen en God neemt onze keuzes serieus. Nu is de tijd om te kiezen, straks is de tijd om de consequenties van die keuze te ontvangen: of een eeuwig leven op de verlossing door Jezus Christus, de onvergankelijke hoop en erekrans voor hen die volharden tot het einde, of het oordeel, de tweede dood in de vuurpoel, zoals dat in de laatste hoofdstukken van Openbaring wordt beschreven. 

Een aantal argumenten van het universalisme gewogen.

Het grote probleem in de gedachtegang van hen die geloven dat alle mensen uiteindelijk gered zullen worden, is dat zij de universele beschikbaarheid van de verlossing verwarren met de universele verlossing zelf. Dat er namelijk verlossing is voor iedereen is volgens mij Bijbels. God wil niet dat er ook maar een mens verloren gaat, zegt 2 Petrus 3: 9 al. Daarom is zijn Zoon Jezus Christus gekomen, zodat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft (Johannes 3: 16). Als Romeinen 3 in dit verband uitlegt dat ieder mens gezondigd heeft en daarom Gods nabijheid ontbeert, om vervolgens Christus te introduceren als degene die God heeft gestuurd om mensen te verlossen, dan sluit dat gedeelte af met de veelzeggende woorden: ‘hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft (Rom. 3: 25-26).’ Voor iedereen is er verlossing.

Echter niet iedereen wil die verlossing voor zichzelf en dat mag, want wij zijn vrij om voor hem en zijn liefde te kiezen. Of niet. Niet dat God niet bij machte zou zijn om ons tot trouw en aanbidding te brengen, maar hij heeft zijn almacht vrijwillig beperkt om ons vrijheid te geven. Werkelijke liefde kan immers alleen daar gedijen en aanwezig zijn, waar de relatie tussen de betrokken partijen gevormd is door vrijheid van keuze; slechts als alle partijen vrij zijn om elkaar lief te hebben, kan ware liefde ook vorm krijgen.

Deze vrijheid wordt door hen die geloven in een variant van alverzoening niet serieus genomen of op z’n minst verkeerd begrepen. Immers, als iedereen sowieso gered wordt, wat heeft de keuzevrijheid dan nog voor zin? Kan er dan überhaupt nog sprake zijn van een vrije wilskeuze voor God uit en in liefde? Het is dan immers sowieso onvermijdelijk dat we met God verzoend worden en hem ‘lief’ gaan hebben. Toch waren Adam en Eva al vrij om te kiezen. God neemt dan ook de keuzevrijheid van de mens serieus, zowel in de keuze als in de consequenties daarvan.

Vanuit deze basisgedachte zullen we een aantal verzen uit de Bijbel voorbij laten komen die volgens aanhangers van het universalisme wijzen op de redding van allen, wie ze ook zijn en wat ze ook gedaan hebben.

1 Korinthe 15: 22: ‘zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.’ 

Zoals bij veel teksten die aangehaald worden door de aanhangers van universalistische ideeën omtrent verlossing, zou je op basis van enkel dit vers alleen terecht kunnen argumenteren dat iedereen dus gered worden door God. Echter dan moet de verdere context van deze tekst genegeerd worden. In dezelfde brief zegt Paulus in 1 Korinthe 16: 22 bijvoorbeeld: ‘als iemand de Heer niet liefheeft – hij zij vervloekt.’ Een uitspraak die volledig in lijn staat met de rest van de theologie van Paulus en de overige geschriften van het Nieuwe Testament. Daarnaast veronderstelt een universalistische exegese van dit vers dat de term ‘allen’ ook letterlijk op allen in de breedste zin van het woord slaat. Toch is dat niet het geval. In het 23e vers wordt het ‘allen’ namelijk al toegespitst: ‘maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.’ Het ‘allen’ van vers 22 slaat dus op ieder die in Christus leeft of is gestorven, niet op alle mensen in de wereld. Het gebruik van het woord ‘allen’ is daarmee dus geen aanwijzing voor de alverzoening en de verlossing van alle mensen. Net zo min als dat een voorganger die allen welkom heet in een dienst, daarmee alle mensen ooit zou bedoelen. Net zo min als dat Markus in Markus 1: 5 met ‘alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen,’ letterlijk alle inwoners bedoelt. Het woord allen is in beide voorbeelden niet universeel, maar specifiek en dat geldt ook voor het ’allen’ van vers 22: ook dat is niet universeel. Het is aldaar een term bedoeld voor een specifieke groep (‘zij die hem toebehoren’) en dat moet niet uit het oog verloren worden.

Filippenzen 2: 9-11: ‘daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus is Heer,’ tot eer van God de Vader.’ 

In dit vers staat dat ‘elke knie zich zal buigen’ en ‘elke tong zal belijden’ dat Jezus de Heer is. Mensen die geloven in een universele verlossing van allen zien hierin een bevestiging dat alle mensen in dit leven of het volgende uiteindelijk dus verzoend worden met Christus. Er zitten echter twee problemen bij deze uitleg. Het eerste probleem is dat het belijden in dit vers binnen deze exegese automatisch zou betekenen dat er dus verzoening optreedt tussen God en mensen. Dat is in mijn ogen echter een misvatting. Dat mensen uiteindelijk tot het inzicht zullen komen dat Jezus Heer is, als hij zich in zijn glorie openbaart aan het einde van de tijd, betekent nog niet dat ze geloof hebben en verzoend worden met de Heer. Terecht staat in Jakobus dat zelfs demonen geloven dat er één God is (Jakobus 2: 19), maar dat maakt hen nog niet tot gelovigen en dat brengt op zichzelf geen verzoening. Men kan tandenknarsend erkennen dat Jezus inderdaad Heer is, omdat men er niet meer om heen kan, maar dat impliceert nog geen bekering of geloof. Het belijden van Filippenzen 2 betekent voor hen die gelovigen dat zij de ‘beloning’ zullen ontvangen, de ‘erekrans’ zoals Paulus daar in 1 Korinthe 9 over spreekt, maar voor hen die niet wilden geloven betekent het de ondergang. Zij zullen door de feiten van het moment worden ingehaald en hun eigen inzichten zullen hen veroordelen. Voor iedereen, zelfs voor de tegenstanders van de Heer, is het dan onweerlegbaar duidelijk: Jezus is Heer. En dat zal iedereen moeten erkennen, hetzij ten leven, hetzij ten oordeel.

Ten tweede neemt een universalistische exegese dit vers los van de context van de rest van de brief aan de Filippenzen. En dat is ook hier, net zoals we al zagen bij het vers uit 1 Korinthe 15, een probleem. In deze brief geeft Paulus namelijk ook aan dat zij die niet willen geloven en tegenstanders van het evangelie zijn, uiteindelijk ten onder zullen gaan. Ik noem een tweetal verzen ter voorbeeld. Ten eerste: ‘laat u op geen enkele manier door uw tegenstanders angst aanjagen, want dit is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered (Filippenzen 1: 28).’ En ten tweede: ‘velen leven als vijanden van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet (Filippenzen 3: 18 & 19a).’ Deze verzen wijzen dus in een heel andere richting dan de uiteindelijke redding van iedereen. In deze zelfde brief wordt door Paulus daarin nadrukkelijk verwezen naar de ondergang van de goddelozen en dat is op zijn minst een tegenwicht tegen de eenzijdige exegese dat alle mensen uiteindelijk gered worden op geloof.

Tot slot, en dit hebben andere exegeten en theologen ook al benadrukt, is Filippenzen 2: 9-11 een parafrasering op en verwijzing naar Jesaja 66: 23, waar staat: ‘elke nieuwemaan en elke sabbat opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen om zich voor mij neer te buigen – zegt de Heer.’ Dit vers vormt de achtergrond van deze passage voor Paulus. Dit gedeelte in Jesaja echter is ook niet universalistisch te verstaan, want ook daar laat dit Bijbelboek de andere kant van de medaille zien. Jesaja 66: 24 zegt: ‘bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven, ze worden verafschuwd door alles wat leeft.’ Opnieuw dus heel duidelijk het onderscheid tussen hen die geloven en hen die, door hun ongeloof, ten onder zullen gaan.

1 Tim. 2: 3 & 4: ‘Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.’ 

In dit gedeelte komt een ander argument naar voren van hen die geloven in redding voor allen, namelijk dat het Gods wil is dat mensen gered worden en als God iets wil, dan zal hij dat doen, want hij is God.

Deze redenering doet echter geen recht aan wat ik eerder al omschreef als de vrijwillige beperking van Gods almacht door hemzelf om zo ons de vrijheid te geven zelf keuzes te kunnen maken. God wil bijvoorbeeld ook niet dat mensen zondigen, maar hij geeft ons de ruimte om op basis van deze wetenschap te kiezen hoe wij ons leven leiden. Ook daarin beperkt God zich. En dat geldt evenzo voor de verlossing van het evangelie. Het is het werk van God, in Jezus zijn Zoon, dat voor allen beschikbaar is, maar het moet wel gewild worden door de mens. De waarheid van Jezus, het kruis, de opstanding en de genade is voor allen, maar het is aan de mens om dat aan te nemen of niet.

Tot slot nog dit: alle christelijke varianten van het universalistische denken, geloven dat er na de dood nog kans is om tot Christus te komen en gered te worden. Dat kan niet anders, want hier sterven er mensen die niet geloven, opstandig zijn, rebels, ontkennend, onverschillig en ga zo maar door. Willen zij gered worden dan moet er na de dood op een of andere manier nog een mogelijkheid zijn dat zij zich kunnen bekeren, dan wel bekeerd kunnen worden. Het probleem is echter dat dit nergens in de Bijbel wordt gezegd of genoemd.

En daar wringt de schoen behoorlijk. Vele aanhangers van eender welke variant van de alverzoening wijzen in dit verband op de logische uitkomst van hun theologie: een logische doordenking van de theologie van het Nieuwe Testament laat je uitkomen bij deze gedachte. Ikzelf ben het daar op zich al niet mee eens, zo heb ik ook in dit artikel laten zien, maar los daarvan vind ik deze redenering op zichzelf ook nog eens heel mager, zeker als het om een zo fundamenteel punt van geloof gaat. Voor een gedachtengang als deze met zulke verstrekkende conclusies, mag er theologisch gezien wel meer vlees op de botten zitten, dan enkel een logische eindconclusie van het denken. Temeer daar veel fundamentele waarheden en grondbeginselen van ons christelijke geloof juist niet logisch beredeneerbaar zijn. Die komen neer op geloof. Immers ons geloof leert ons dat Jezus volledig God en volledig mens was, dat God stierf aan het kruis, dat de genade die geheel Gods werk is, toch ook door mensen gewild moet worden om verlossing te krijgen, etc. Als daar de enige maatstaf voor waarheid en betrouwbaarheid de logische doordenking bij zou zijn, zou je nooit tot deze claims komen en wellicht zelfs nooit tot geloof komen. Daarbij, en dat zagen we ook al eerder terugkomen, men moet nogal veel van het Nieuwe Testament, waarop men zich zegt te baseren, negeren en aan de kant schuiven, wil men tot een vorm van universalisme komen op basis van een logische doordenking van de theologie van het Nieuwe Testament als geheel.

Ik sluit daarom ook af met een citaat van Jezus in Lukas 13, als hem gevraagd wordt: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Jezus antwoordt dan: ‘doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de Heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en te roepen: ‘Heer, doe open voor ons,’ dan zal hij antwoorden: ‘ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?’ Jullie zullen zeggen: ‘we hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.’ Maar hij zal tegen jullie zeggen: ‘ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!’ Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Izaäk en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.’

Met toestemming overgenomen van Roelof Ham. Voor meer artikelen van Roelof zie www.roelofham.nl.

Mens, update 2.0

Amos 4:13 ‘en die aan de mens bekend maakt wat Zijn gedachten zijn’

Mens, update 2.0

Wat zou het mooi zijn, of misschien juist verschrikkelijk wanneer we gedachten zouden kunnen lezen en weten wat er in de ander leeft. Dat kunnen natuurlijk heel mooie en fijne gedachten zijn, maar misschien zouden we erg schrikken van de gedachten die mensen naast ons, mogelijk over ons hebben. 

Misschien goed even een beetje zelfreflectie te ontwikkelen, wat zijn onze gedachten? Zijn die heil vol, zegenrijk, of zijn onze gedachten soms een tikje boos, wantrouwend, negatief, depressief? Durven we over de kwaliteit van onze eigen gedachten na te denken? Zo nodig onze gedachten te corrigeren tot blijde, hoopvolle inspirerende gedachten? 

Van de Heere God leren we wat Zijn gedachten zijn. Je kunt gerust stellen dat Hij een open ‘mind’ heeft. Hij maakt aan ons mensen bekend wat Zijn gedachten zijn. Zelfs Zijn gedachten over ons.

Hebt u er wel eens over nagedacht welke gedachten God heeft? Denkt u dat het belangrijk is te weten wat voor gedachten dat zijn? Ik vind van wel. God is de Schepper van de mens. Hij heeft ons zo gezegd uitgevonden en ontwikkeld. 

Mag een schepper verwachtingen hebben bij de ontwikkeling van een product? Mag een ontwikkelaar blij zijn met zijn creatie? Mag een ontwikkelaar zijn ontwerp afkeuren omdat het niet geslaagd is en niet aan zijn aan zijn verwachtingen voldoet? Natuurlijk mag dat, het is zijn product.

God is onze Schepper, Hij heeft ons gevormd, let wel, naar Zijn beeld, zo leert de Bijbel. We zijn Zijn product. Hij verwacht daarom dat we aan Zijn beeld voldoen. Juist daar begint het te haperen. We voldoen niet aan Zijn beeld. We kunnen dat voluit lezen in Zijn boek, de Bijbel. Daarin heeft Hij al Zijn gedachten voor en over ons neergelegd. 

De eerste mens moest afgekeurd worden, toch liet het God het project ‘mens’ niet los. Hij gaf een tweede mens. Zijn eigen Zoon werd mens. Hij werd de nieuwe mens. Dat is een van de allergrootste gedachten van God, Hij heeft het bekend gemaakt, in Zijn woord kunnen we het lezen. God heeft de mens een update gegeven waardoor de mens niet afgekeurd hoeft worden. Johannes 3:16:

‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’. Die update ontvangt u door geloof in Zijn Zoon. Mens 2.0

Begrijpt u ook wat u leest?

Begrijp u ook wat u leest?(Mattheüs 8:30)

“Wat” lezen we? Naar mijn gevoel wordt er steeds minder gelezen. Datzelfde gevoel zegt me dat ook de inhoud, dat ‘wat’ we lezen, steeds minder van kwaliteit wordt. Ik denk dat er veel gelezen wordt dat beter dichtgelaten kan worden. Massa’s boeken zijn vruchten van de verboden boom. Schrijvers van slechte boeken vergiftigen de gedachten en meningen van mensen. “Wat’ lezen we?
De man aan wie de vraag gesteld wordt “Begrijpt u ook wat u leest?” Had in ieder geval een goed boek, een Bijbelboek. Wanneer je een Bijbelboek leest is dat nog geen garantie dat je ook de boodschap verstaat. Er zijn mensen die jaarlijks de Bijbel via een rooster doorlezen, prima, maar begrijp je het ook? Er zijn mensen die bijbelteksten uit het hoofd lezen, geweldig, maar begrijp je de tekst ook?

Bij het lezen van een Bijbelboek heb je belangrijk meer nodig dan de kennis van de taal en een gezonde woordenschat. In 1 Korinthe 2:14 staat wat we nog meer nodig hebben “maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn hem dwaasheid. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijke beoordeeld worden”. Wat nodig is is de geest of de gezindheid van Christus, een andere natuur. Het is juist weer die Bijbel die onze natuur kan en zal vormen, maar er is hulp nodig. God heeft mensen als Filippus die hier de vraag stelde aan de reiziger.

“Wat” las de reiziger? “Hij is als een schaap naar de slachting geleid en zoals een lam stemmeloos is bij de scheerder, zo doet Hij zijn mond niet open. In de vernedering is Zijn oordeel weggenomen en wie zal Zijn afkomst vertellen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen” (Handelingen 8:32,33). Dan lezen we in vers 35 “uitgaande van dat Schriftwoord verkondigde hij hem Jezus”. Dat is het centrale thema, dat is de kern van de Bijbelse boodschap: Jezus Christus.

Jesaja 53 is een heel opmerkelijk Bijbelgedeelte. De kamerling had de woorden van Jesaja 53:6 al gelezen: “want wij allen dwaalden als schapen, wij keerden ons ieder naar onze eigen weg. Maar de Heere heeft de ongerechtigheden van ons allen op Hem doen neerkomen”. Dat kon hij zo op zichzelf toepassen en wie niet? Wanneer hij verder heeft gelezen en dat heeft hij ongetwijfeld gedaan, kwam hij bij Jesaja 55:1 “o, alle dorstigen, komt tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk” en dan ook vers 6 “Zoek de Heere terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is”.

Wat een vreugde voor deze man toe hij de boodschap begon te begrijpen,

“begrijpt u ook wat u leest?”

De kamerling was een zogenaamde ontmande, ik weet niet of hij Jesaja 56:3 al had gelezen, daar staat de belofte: “laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben maar een dorre boom”. Het zal hem zeker bemoedigd en getroost hebben.

Veel mensen denken dat het christelijk geloof saai is, met veel plichten en zonder vreugde. Niets is minder waar. We lezen in Handelingen 9:39 “hij vervolgde zijn weg met blijdschap”. Volgens de overlevering is de kamerling de grondlegger geworden van de Abysisinische kerk (Ethiopische kerk) in zijn geboorteland.

Deze kamerling verstond wat hij las.

Leon de Winter corrigeert terecht linkse media

Gazanen hebben keuzevrijheid, ook al gedragen zij zich alsof die niet bestaat. Nog altijd zijn zij verbaasd dat zij, wanneer zij verklaard hebben de vernietiging van Israël na te streven, dus gekozen hebben voor oorlog met het Joodse buurland, daarvoor keer op keer tegen de gevolgen aanlopen.

Wanneer je met terreuraanslagen en raketten je veel sterkere buurland continu uitdaagt, dan doe je dat omdat je elke werkelijkheidszin kwijt bent, of misschien omdat je, wat pervers is, je buurland tot het doden van je eigen burgers wilt bewegen om daarmee de internationale opinie op je hand te krijgen.

Keuzevrijheid heeft het volk van Gaza, elke dag opnieuw. Hun keuze voor Hamas in 2007 was een keuze voor oorlog onder leiding van de religieuze fascisten van Hamas. Nogmaals, voor wie het maar niet kan beseffen: Gaza wordt niet bezet en de boycot (die niet geldt voor voedsel, medicijnen en de meeste andere goederen) is het gevolg van het gebruik van ’dual use’ materialen voor raketten en andere wapens, want Israël wil niet beschoten worden.

Niet beschoten willen worden – is dit een onmenselijke wens van Israël? De oplossing is zo akelig simpel: Gaza belooft zijn buurland niet meer te beschieten of aan te vallen, en een seconde later zal Israël alles in het werk stellen om de Gazanen te helpen hun stadstaat, gelegen op een van de beste stukken onroerend goed aan de Middellandse Zee, te veranderen in een tweede Singapore. Zullen de Gazanen Israëls uitgestoken hand aannemen? Ik hoop dat ik me vergis, maar ik ben bang dat Gazanen liever lijden onder de ijdele illusie van het verslaan van de Joodse staat dan dat ze met steun van verachtelijke Joden vooruitkomen.

Onze media vertikken het deze context te schilderen. Over de manier waarop Gaza onder het tirannieke regiem van Hamas zucht, over hoe correspondenten hun werk daar moeten doen, over het felle antisemitisme van Hamas, over de fatale rol van de VN, alles valt weg wanneer correspondenten de kans krijgen om Israël te beschuldigen van misdaden tegen de menselijkheid, kindermoord, machtsmisbruik, ’disproportioneel geweld’.

Veel media zijn deel van het probleem geworden, zoals we dagelijks waarnemen, ook in Nederland. De onbedwingbare behoefte om Israël als monster af te schilderen heeft groteske vormen aangenomen. Terwijl de enorme bijdragen aan wetenschap en kunsten van de Joodse staat in geen verhouding staan tot zijn geringe omvang en bevolking, vinden we in veel media een perceptie, en dus een selectie van feiten en interpretaties, die uit blinde woede lijkt te zijn geboren.

Dat Israël niet grenst aan Denemarken en zich in een buurt moet zien staande te houden die tot de wreedste en grilligste buurten op aarde gerekend wordt, wordt niet beschouwd als een verzachtende omstandigheid. Er zijn geen milde, enigszins open samenlevingen met normale (wat we in het Westen normaal vinden) intermenselijke verhoudingen aan Israëls grenzen: alle vormen van etnische, tribale en religieuze haat komen er voor, broederlijk naast homohaat en vrouwenvernedering. Wat Israël noodgedwongen doet om zich veilig te weten, kent qua terughoudendheid in deze buurt zijn gelijke niet: ook bestaat er in Israël een onafhankelijke rechtspraak, hebben Arabieren toegang tot dezelfde universiteiten als Joden en krijgen zij meer kansen zich te ontwikkelen dan Arabieren in Arabische landen. Maar dit telt niet, de media willen dat niet waarnemen.

Correspondenten zijn op zoek naar de misstanden, die er natuurlijk zijn want Israël is geen heilstaat maar een land van mensen met goede en minder goede kanten, zoals mensen overal in de wereld. Veel correspondenten laten zich obsessief leiden door de kleine linkse groeperingen die in Israël geen rol van betekenis meer spelen omdat alle vredesverwachtingen zijn stukgeslagen door de bittere onwil van Palestijnen zich te verzoenen met het bestaan van de Joodse staat, een staat bovendien die qua wetenschappelijke en militaire ontwikkeling elke Arabische staat achter zich laat.

De meeste correspondenten zijn links, want de journalistiek is een links vak. Hun perceptie is doortrokken van de gedachte dat Israël een immorele oorlogsmachine is. De meest negatieve stukken over Israël staan in NRC Handelsblad, dat al vele jaren correspondenten stuurt die voortdurend impliceren, met een variant van een koloniaal superioriteitsgevoel, dat Palestijnen kinderen zijn die niet over hun eigen lot kunnen beschikken. Maar dat kunnen ze wel. Ze kunnen kiezen voor vrede met het welvarende buurland en gaan samenwerken. Maar daaraan vooraf gaat de aanvaarding van het bestaan van het Joodse land en het begraven van het ’recht op terugkeer’.

U mag erop vertrouwen dat ik de volgende weken op deze plek over andere onderwerpen schrijf. Maar ik moest u informatie aanreiken die u elders niet krijgt.

Pinksteren 2018

Zo’n 2000 jaar geleden stond Jeruzalem in het centrum van een ontwikkeling die tot op vandaag doorgaat, de verkondiging van het evangelie. Een boodschap van hoop, van liefde van vergeving van zonde en schuld. Het bracht de wereld genade, alles door het offer dat op Golgotha door Gods Zoon, onze Heere Jezus, werd gebracht.

Jeruzalem staat steeds in het centrum. Deze dagen vanwege het 70 jarig bestaan van de nieuwe staat. De verplaatsing van de ambassade van de VS en niet in de laatste plaats door het geweld dat  Israël aangedaan werd door 40.000 Palestijnen, die het leger van Israël dwongen tot optreden waarbij slachtoffers onvermijdelijk zouden zijn. Hamas zocht dat bewust, want het weet dat daarmee de publieke opinie in de wereld en  het westen in het bijzonder mee gemanipuleerd wordt. Dat bleek maar weer eens waar te zijn, een storm van anti Israël tendenzen waaide weer. Het was en is een demonische geest vol van ongenuanceerde haat.

Heel anders dan de geest die 2000 jaar geleden op de discipelen neerkwam. Het is die Geest van God die ons kracht en inspiratie geeft en ons helpt Gods woord te begrijpen. Het is door die Geest dat we zeker weten, dat de boze geest vol antisemitisme, dat is vol afkeer van God, Zijn naam (Sem) en Zijn Zoon, uiteindelijk tot zwijgen zal worden gebracht. Dat gebeurt wanneer de rechtmatige Koning van Israël vanuit de hemel terugkeert naar Zijn stad, Jeruzalem. Het Pinksterfeest is feest predikt die hoop, die verwachting en het is Gods Geest die ons daarmee troost.