Bij de jaarwisseling 2019

“U hebt voorheen de aarde gegrondvest….de kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen”

Psalm 102:26, 29

Bovenstaand lezen we aan het einde van de 5e boetpsalm, we tellen in totaal 7 boetpsalmen (6, 32, 39, 51, 102, 130 en 143). Dat zijn psalmen, liederen die ons aanzetten tot overdenking van de dingen die voor ons wezenlijk zijn. We worden immers voortdurend opgeslokt door massa’s indrukken, ervaringen, beslommeringen en vragen die de samenleving aan ons stelt. De (boet)psalm roept ons als het ware op: Sta even stil, waar sta je, waar ben je? Beter nog: Wie ben je?

Rond de jaarwisseling hebben mensen nog wel eens de neiging om diepere dingen te overdenken, een soort van zelfreflectie. Dat komt misschien omdat de jaarwisseling midden in het donkerste deel van het jaar valt en zo de stemming van het hart beïnvloedt. We hebben rond deze dagen doorgaans ook wat meer vrije tijd en kunnen de beslommeringen van het jachtige bedrijfsleven, studie of de sleur van het bestaan even loslaten. De Psalmmist doet zelfonderzoek en beziet zijn leven voor het aangezicht van de Heere God. Er is een oneindig verschil!

De Psalmmist, de mens, ieder mens loopt vast in de beperking van zijn bestaan, naar de mate dat het aantal levensjaren toeneemt, neemt ook de ervaring toe van hoe betrekkelijk alles op aarde is. De Psalmmist zegt het zo in vers 10: 

“Want ik eet as als brood, wat ik drink meng ik met tranen”. Kan het zo heftig zijn?

De vergankelijkheid van de mens, de mensheid, zelfs heel de schepping wordt door de Psalmmist met archaïsche woorden geschilderd.

Veel minder archaïsch, veel rouwer van kleur en emotie schilderen de jaaroverzichten van kranten, magazines en tv ons de situatie van de mens en mensheid. Ook over het afgelopen jaar waren de beelden die de situatie van de mens lieten zien heftig en indringend. De situatie waarin de wereld terecht is gekomen stemt weinig hoopvol. Het wantrouwen tussen volken en hun leiders, maar ook tussen bevolkingsgroepen wordt steeds sterker. Vluchtelingenstromen, rassenproblematiek, populisme, onderwerpen die veel van politici vergen. Politici die elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen en zo bepaald geen positief voorbeeld uitstralen. Politici die gisteren nieuwe hoop leken te brengen worden weinige tijd later weer afgebrand. 

Tweets brengen in korte tijd soms grote massa’s mensen op de been en beïnvloeden als een tsunami het denken en beleven van mensen. Mensen worden gehypt en laten zich als schapen zonder herder laten manipuleren. #metoo, zwarte Piet of gele hesjes dicteren onze hypergevoelig geworden egootjes tot onrust en verzet, maar waartegen? Onverdraagzaamheid tekent de mentaliteit van de massa maar de roep om sociale cohesie van onze koning en onze leiders accentueert het gebrek juist daaraan.

De wereld vergadert over de gevolgen van de opwarming en de enorme zorg die dat met zich meebrengt. Hoe houden we de aarde leefbaar? Kosten noch moeite worden gespaard, maar dat drukt weer op het economisch belang, wie betaalt de prijs voor dat alles? 

Waar sta je in dit alles als gelovige? Wie ben je daarin als gelovige?

We zijn allemaal geneigd ons in dit mondiale geweld mee te laten slepen. Wij hebben onze ideeën en inzichten die dikwijls weinig blijken af te wijken van de kleur van de omgeving waarin we ons leven en begeven. Politiek zijn de smaken rechts, midden en links al lang verkleurd. Rechtse partijen kunnen soms zeer linkse standpunten innemen en omgekeerd. De verschillende christelijke partijen en hun programma’s accentueren de kerkelijke diversiteit ook in de politiek. Regeringen zoeken per onderwerp een politiek draagvlak. Waar staan wij? Wie zijn wij?

Kunnen we leren van een oude boetpsalm? Het woorddeel ‘boet’ moeten we direct maar even vergeten, dat lezen we nergens in de Psalmen, maar is er door vertalers aan toegevoegd. Daar zit zelfs een discussie over de rechtvaardigingsleer achter. Worden we gerechtvaardigd door werken of door genade? Ons antwoord is duidelijk, door genade alleen. 

Levensbelangrijk maar daar gaat het hier in de psalm toch niet echt om.

Waar het omgaat en dat mag ons in het voortgaan van de jaren en het vervliegen van de tijd met alle geschetste zorgen en ervaringen bemoedigen: Er is een God en Schepper. Te midden van alle vergankelijkheid, midden in alle onzekerheid, daar waar onrust tegen de kades van ons bestaan klotst, mogen we weten en belijden van deze Schepper: “U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen”.

Dit vers uit Psalm 102 genomen relativeert al het menselijk gedoe, geeft steun aan hen die hun geloof en bestaan op die God hebben gebouwd. Ver boven al het menselijke, boven de brutale schreeuwers in de straat, onbekend voor agnosten, onbemind door atheïsten, ontkent door de evolutionisten is daar de Schepper die hemel en aarde heeft uitgespannen, het is het werk van Zijn handen. 

Wanneer al die voor ons zichtbare dingen onder de druk van tijd en zonde vergaan, “U zult standhouden” (Vers 27).

De Psalmmist spreekt over de aarde en haar veranderingen als over het verwisselen van een gewaad. We kunnen voor de spiegel staan en besluiten een ander gewaad aan te trekken, maar we blijven dezelfde persoon alleen in een ander jasje. Zoals de aarde verslijt als een kleed en verwisseld wordt als een gewaad, de Heere God blijft dezelfde. En dat geeft vastheid, zekerheid vertrouwen.  Wie zijn leven in Zijn hand legt staat vast in de stormen en in de wisseling van de getijden en weet van het veilige wonen, zoals de psalmmist getuigt.

Zo zingen we ook met  een oud gezang (178):

Rust mijn ziel, uw God is Koning

Heel de wereld Zijn gebied.

Alles wisselt op Zijn wenken,

Maar Hij zelf verandert niet 

Ieder woelt hier om verand’ring 

En betreurt ze dag aan dag,

Hunkert naar hetgeen hij zien zal,

Wenst terug ’t geen hij eens zag.

Rust mijn ziel, uw God is Koning!

Wees tevreden met uw lot!

Zie, hoe alles hier verandert,

En verlang alleen naar God!

Moge de Heere ieder van ons sterken en ons leiden te midden van het turbulente van deze wereld naar het moment toe dat we Hem zullen ontmoeten. Moge Zijn zegen aan ons in 2019 vermeerderd worden tot eer van onze Heiland, die was, is en spoedig komt, maranatha,

Henk Schouten

Begrijpt u ook wat u leest?

Begrijp u ook wat u leest?(Mattheüs 8:30)

“Wat” lezen we? Naar mijn gevoel wordt er steeds minder gelezen. Datzelfde gevoel zegt me dat ook de inhoud, dat ‘wat’ we lezen, steeds minder van kwaliteit wordt. Ik denk dat er veel gelezen wordt dat beter dichtgelaten kan worden. Massa’s boeken zijn vruchten van de verboden boom. Schrijvers van slechte boeken vergiftigen de gedachten en meningen van mensen. “Wat’ lezen we?
De man aan wie de vraag gesteld wordt “Begrijpt u ook wat u leest?” Had in ieder geval een goed boek, een Bijbelboek. Wanneer je een Bijbelboek leest is dat nog geen garantie dat je ook de boodschap verstaat. Er zijn mensen die jaarlijks de Bijbel via een rooster doorlezen, prima, maar begrijp je het ook? Er zijn mensen die bijbelteksten uit het hoofd lezen, geweldig, maar begrijp je de tekst ook?

Bij het lezen van een Bijbelboek heb je belangrijk meer nodig dan de kennis van de taal en een gezonde woordenschat. In 1 Korinthe 2:14 staat wat we nog meer nodig hebben “maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn hem dwaasheid. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijke beoordeeld worden”. Wat nodig is is de geest of de gezindheid van Christus, een andere natuur. Het is juist weer die Bijbel die onze natuur kan en zal vormen, maar er is hulp nodig. God heeft mensen als Filippus die hier de vraag stelde aan de reiziger.

“Wat” las de reiziger? “Hij is als een schaap naar de slachting geleid en zoals een lam stemmeloos is bij de scheerder, zo doet Hij zijn mond niet open. In de vernedering is Zijn oordeel weggenomen en wie zal Zijn afkomst vertellen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen” (Handelingen 8:32,33). Dan lezen we in vers 35 “uitgaande van dat Schriftwoord verkondigde hij hem Jezus”. Dat is het centrale thema, dat is de kern van de Bijbelse boodschap: Jezus Christus.

Jesaja 53 is een heel opmerkelijk Bijbelgedeelte. De kamerling had de woorden van Jesaja 53:6 al gelezen: “want wij allen dwaalden als schapen, wij keerden ons ieder naar onze eigen weg. Maar de Heere heeft de ongerechtigheden van ons allen op Hem doen neerkomen”. Dat kon hij zo op zichzelf toepassen en wie niet? Wanneer hij verder heeft gelezen en dat heeft hij ongetwijfeld gedaan, kwam hij bij Jesaja 55:1 “o, alle dorstigen, komt tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk” en dan ook vers 6 “Zoek de Heere terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is”.

Wat een vreugde voor deze man toe hij de boodschap begon te begrijpen,

“begrijpt u ook wat u leest?”

De kamerling was een zogenaamde ontmande, ik weet niet of hij Jesaja 56:3 al had gelezen, daar staat de belofte: “laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben maar een dorre boom”. Het zal hem zeker bemoedigd en getroost hebben.

Veel mensen denken dat het christelijk geloof saai is, met veel plichten en zonder vreugde. Niets is minder waar. We lezen in Handelingen 9:39 “hij vervolgde zijn weg met blijdschap”. Volgens de overlevering is de kamerling de grondlegger geworden van de Abysisinische kerk (Ethiopische kerk) in zijn geboorteland.

Deze kamerling verstond wat hij las.

Leon de Winter corrigeert terecht linkse media

Gazanen hebben keuzevrijheid, ook al gedragen zij zich alsof die niet bestaat. Nog altijd zijn zij verbaasd dat zij, wanneer zij verklaard hebben de vernietiging van Israël na te streven, dus gekozen hebben voor oorlog met het Joodse buurland, daarvoor keer op keer tegen de gevolgen aanlopen.

Wanneer je met terreuraanslagen en raketten je veel sterkere buurland continu uitdaagt, dan doe je dat omdat je elke werkelijkheidszin kwijt bent, of misschien omdat je, wat pervers is, je buurland tot het doden van je eigen burgers wilt bewegen om daarmee de internationale opinie op je hand te krijgen.

Keuzevrijheid heeft het volk van Gaza, elke dag opnieuw. Hun keuze voor Hamas in 2007 was een keuze voor oorlog onder leiding van de religieuze fascisten van Hamas. Nogmaals, voor wie het maar niet kan beseffen: Gaza wordt niet bezet en de boycot (die niet geldt voor voedsel, medicijnen en de meeste andere goederen) is het gevolg van het gebruik van ’dual use’ materialen voor raketten en andere wapens, want Israël wil niet beschoten worden.

Niet beschoten willen worden – is dit een onmenselijke wens van Israël? De oplossing is zo akelig simpel: Gaza belooft zijn buurland niet meer te beschieten of aan te vallen, en een seconde later zal Israël alles in het werk stellen om de Gazanen te helpen hun stadstaat, gelegen op een van de beste stukken onroerend goed aan de Middellandse Zee, te veranderen in een tweede Singapore. Zullen de Gazanen Israëls uitgestoken hand aannemen? Ik hoop dat ik me vergis, maar ik ben bang dat Gazanen liever lijden onder de ijdele illusie van het verslaan van de Joodse staat dan dat ze met steun van verachtelijke Joden vooruitkomen.

Onze media vertikken het deze context te schilderen. Over de manier waarop Gaza onder het tirannieke regiem van Hamas zucht, over hoe correspondenten hun werk daar moeten doen, over het felle antisemitisme van Hamas, over de fatale rol van de VN, alles valt weg wanneer correspondenten de kans krijgen om Israël te beschuldigen van misdaden tegen de menselijkheid, kindermoord, machtsmisbruik, ’disproportioneel geweld’.

Veel media zijn deel van het probleem geworden, zoals we dagelijks waarnemen, ook in Nederland. De onbedwingbare behoefte om Israël als monster af te schilderen heeft groteske vormen aangenomen. Terwijl de enorme bijdragen aan wetenschap en kunsten van de Joodse staat in geen verhouding staan tot zijn geringe omvang en bevolking, vinden we in veel media een perceptie, en dus een selectie van feiten en interpretaties, die uit blinde woede lijkt te zijn geboren.

Dat Israël niet grenst aan Denemarken en zich in een buurt moet zien staande te houden die tot de wreedste en grilligste buurten op aarde gerekend wordt, wordt niet beschouwd als een verzachtende omstandigheid. Er zijn geen milde, enigszins open samenlevingen met normale (wat we in het Westen normaal vinden) intermenselijke verhoudingen aan Israëls grenzen: alle vormen van etnische, tribale en religieuze haat komen er voor, broederlijk naast homohaat en vrouwenvernedering. Wat Israël noodgedwongen doet om zich veilig te weten, kent qua terughoudendheid in deze buurt zijn gelijke niet: ook bestaat er in Israël een onafhankelijke rechtspraak, hebben Arabieren toegang tot dezelfde universiteiten als Joden en krijgen zij meer kansen zich te ontwikkelen dan Arabieren in Arabische landen. Maar dit telt niet, de media willen dat niet waarnemen.

Correspondenten zijn op zoek naar de misstanden, die er natuurlijk zijn want Israël is geen heilstaat maar een land van mensen met goede en minder goede kanten, zoals mensen overal in de wereld. Veel correspondenten laten zich obsessief leiden door de kleine linkse groeperingen die in Israël geen rol van betekenis meer spelen omdat alle vredesverwachtingen zijn stukgeslagen door de bittere onwil van Palestijnen zich te verzoenen met het bestaan van de Joodse staat, een staat bovendien die qua wetenschappelijke en militaire ontwikkeling elke Arabische staat achter zich laat.

De meeste correspondenten zijn links, want de journalistiek is een links vak. Hun perceptie is doortrokken van de gedachte dat Israël een immorele oorlogsmachine is. De meest negatieve stukken over Israël staan in NRC Handelsblad, dat al vele jaren correspondenten stuurt die voortdurend impliceren, met een variant van een koloniaal superioriteitsgevoel, dat Palestijnen kinderen zijn die niet over hun eigen lot kunnen beschikken. Maar dat kunnen ze wel. Ze kunnen kiezen voor vrede met het welvarende buurland en gaan samenwerken. Maar daaraan vooraf gaat de aanvaarding van het bestaan van het Joodse land en het begraven van het ’recht op terugkeer’.

U mag erop vertrouwen dat ik de volgende weken op deze plek over andere onderwerpen schrijf. Maar ik moest u informatie aanreiken die u elders niet krijgt.

Pinksteren 2018

Zo’n 2000 jaar geleden stond Jeruzalem in het centrum van een ontwikkeling die tot op vandaag doorgaat, de verkondiging van het evangelie. Een boodschap van hoop, van liefde van vergeving van zonde en schuld. Het bracht de wereld genade, alles door het offer dat op Golgotha door Gods Zoon, onze Heere Jezus, werd gebracht.

Jeruzalem staat steeds in het centrum. Deze dagen vanwege het 70 jarig bestaan van de nieuwe staat. De verplaatsing van de ambassade van de VS en niet in de laatste plaats door het geweld dat  Israël aangedaan werd door 40.000 Palestijnen, die het leger van Israël dwongen tot optreden waarbij slachtoffers onvermijdelijk zouden zijn. Hamas zocht dat bewust, want het weet dat daarmee de publieke opinie in de wereld en  het westen in het bijzonder mee gemanipuleerd wordt. Dat bleek maar weer eens waar te zijn, een storm van anti Israël tendenzen waaide weer. Het was en is een demonische geest vol van ongenuanceerde haat.

Heel anders dan de geest die 2000 jaar geleden op de discipelen neerkwam. Het is die Geest van God die ons kracht en inspiratie geeft en ons helpt Gods woord te begrijpen. Het is door die Geest dat we zeker weten, dat de boze geest vol antisemitisme, dat is vol afkeer van God, Zijn naam (Sem) en Zijn Zoon, uiteindelijk tot zwijgen zal worden gebracht. Dat gebeurt wanneer de rechtmatige Koning van Israël vanuit de hemel terugkeert naar Zijn stad, Jeruzalem. Het Pinksterfeest is feest predikt die hoop, die verwachting en het is Gods Geest die ons daarmee troost.

Jaartal Israëls onstaan gaat terug op Bijbel

RD – 26 april 2018
Jaartal van Israëls ontstaan gaat terug op Bijbel
„Het uitroepen en ontstaan van de staat Israël in 1948, het jaar 5708, was volstrekt geen toeval.
Het Bijbelvers waarin God het Joodse volk beloofde dat het zijn land weer in bezit zou nemen, heeft er alles mee te maken dat de staat Israël juist in 1948 ontstond, benadrukt ds. Alfons van Vliet.
Dit jaar viert het Joodse volk, en talloze christenen met hen, dat Israël zeventig jaar geleden tot een soevereine staat werd uitgeroepen, nadat de Verenigde Naties dit mogelijk hadden gemaakt. Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 29 november 1947 behandelde het toekomstige bestuur van het mandaatgebied Palestina. Hierbij werd besloten dat dit land, na beëindiging van het Britse mandaat over Palestina, verdeeld zou worden in een onafhankelijke Joodse en een onafhankelijke Arabische staat, volgens het opgestelde Verdelingsplan. Dit is de VN-resolutie waarop de vorming van de staat Israël gebaseerd is.
Op 14 mei 1948, de vijfde dag van de maand Ijar van het Joodse jaar 5708, werd Israël daadwerkelijk uitgeroepen tot een soevereine staat. David Ben Gurion, de eerste minister-president van het toen nieuwe land, zei daarbij: „Om een realist te zijn, moet je in wonderen geloven.” Het opnieuw bestaan van het land, de staat Israël, was zo’n wonder. Velen zagen en zien daarin een bewijs van het bestaan van God én de waarheid van de Bijbel, omdat juist in de Bijbel vele keren geschreven staat dat ooit het Joodse volk weer zou terugkeren naar zijn eigen land en dat weer in bezit zou gaan nemen.
Dat leek er trouwens heel lang, zo’n 2000 jaar, niet op: het Joodse volk was verspreid over de wereld en had geen thuisland meer. En toen kwam na de verschrikkelijke Holocaust tóch 14 mei 1948.
Ontdekking
Pas onlangs is er een ongelooflijk bijzondere ontdekking gedaan. We gaan daarvoor eerst naar wat in Deuteronomium 30:5 geschreven staat. God belooft daar aan Mozes: „En de HERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen.” Eeuwen en eeuwen hebben de Joden deze woorden gehoord, gelezen en gehoopt. Ze vroegen zich af wanneer deze belofte van God in vervulling zou gaan. Velen geloven dat dit in 1948 gebeurde.
Nu is 1948 in de Joodse jaartelling het jaar 5708. En of je nu in God en aan de Bijbel gelooft of niet, het kan geen toeval zijn dat het Bijbelvers Deuteronomium 30:5, het vers met deze belofte, het vers dat duizenden jaren vóór het jaar 1948/5708 is opgeschreven, het 5708e vers van de Bijbel is. Hier is geen sprake van gegoochel met cijfers, maar dit zijn twee duidelijke feiten: Deuteronomium 30:5 is het 5708e vers van de Hebreeuwse Bijbel én 1948 is in de Joodse jaartelling het jaar 5708.
Toen ik dit in de afgelopen week onder ogen kreeg, was ik eerst heel sceptisch. Ik dacht: weer zo’n berekening, zoals er al zo vele geweest en bedacht zijn, om van alles en nog wat te bewijzen.
Het liet me echter niet los en ik ben het gaan controleren. In de (Hebreeuwse) Biblia Hebraica Stuttgartensia, in The Complete Jewish Study Bible en in de Choemasj-uitgave van de Thora van Jitschak Dasberg. En het klopt!
Teken én bewijs
Dit geeft allereerst aan dat het uitroepen en ontstaan van de staat Israël in 1948, het jaar 5708, volstrekt geen toeval was. Op een ongelooflijk subtiele (en eeuwenlang verborgen) wijze had God dus al voorzegd, in Deuteronomium 30:5, dat dit zou gebeuren. Zonder dat Mozes, zonder dat het Joodse volk en zonder dat de christelijke kerk dat wist. Het werd pas ontdekt ná de vorming van de staat Israël, ná het in vervulling gaan van deze belofte van God. Er is dus geen sprake van manipulatie of speculatie.
Ik ben wat huiverig om dit in de openbaarheid te brengen. Maar boven alles ben ik van mening dat dit zo’n prachtig teken én bewijs is van het bestaan van God, van de waarheid van de Bijbel en van Gods beloften, dat iedereen dit moet horen. En mijn vurige hoop is dat dit alles vooral het Joodse volk, maar ook ons als christenen enorm mag bemoedigen en mag sterken in het geloof.
De auteur is als predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland werkzaam in Leeuwarden en Broeksterwoude.